« overzicht

Lijfstraffen en het Tuchthuis 1600-1850

  1. Home »
  2. Scholen »
  3. Spreekbeurt en werkstuk »
  4. Lijfstraffen en het Tuchthuis 1600-1850

Misdadigers krijgen tegenwoordig na een eerlijke rechtszaak een geldboete, een werkstraf of een gevangenisstraf. Maar vroeger was dat heel anders…..

De tuchthuizen
De voorlopers van de gevangenis ontstaan rond 1600, ze worden ‘tuchthuizen’ genoemd.
Tuchthuizen zijn verzonnen door Dirck Volckertszoon Coornhert. Hij schrijft in 1587 een boek over het opnieuw opvoeden van misdadigers. In plaats van ze op het schavot te straffen, kunnen ze beter een vak leren. Dan kunnen ze werken en hoeven ze niet meer te stelen.

Het eerste tuchthuis wordt in 1595 in Amsterdam geopend. Er wordt hard gewerkt. Vrouwen moeten wol spinnen. Al snel heet het tuchthuis voor vrouwen ‘spinhuis’. Mannen moeten tropisch hout raspen. Dat hout wordt gebruikt om stof mee te verven. Het mannentuchthuis wordt ‘het rasphuis’ genoemd. Er zijn geen aparte tuchthuizen of gevangenissen voor kinderen. Zij zitten gewoon tussen de volwassenen en moeten net zo hard werken.

Het is de tijd van de VOC, Nederland wordt rijk van de handel. Met het werk in de tuchthuizen wordt veel geld verdiend en het maken van winst wordt al snel belangrijker dan de heropvoeding van misdadigers. De goede bedoelingen van Coornhert worden al snel vergeten.

De schout, schepenen en het cachot
Vroeger speurt de schout (tegelijkertijd een soort burgemeester én hoofd van de politie) een misdadiger op. Iemand die van een misdaad wordt verdacht, komt in afwachting van zijn verhoor en berechting in het cachot terecht. Een cachot is een soort tijdelijke gevangenis. Het is een vochtig, donker hol, bijvoorbeeld in de kerkers van een burcht of op een zolder van een stadhuis. Je krijgt er water en brood, als je meer of beter eten wil, moet je daar zelf voor betalen.

Vóór een verdachte kan worden gestraft, moet hij hebben bekend. Eerst wordt hij verhoord. Wil iemand niet bekennen, dan kan hij gemarteld worden. Dat heet het ‘scherp verhoor’. Dit mag alleen bij ernstige misdaden, zoals moord of verkrachting. Het martelen gebeurt door de beul. Er worden duimschroeven aangedraaid, of het ‘vuur wordt aan de schenen’ gelegd. De bekentenis geldt alleen, als de verdachte zonder marteling herhaalt dat hij schuldig is.

Als een misdadiger bekend, wordt zijn bekentenis door de schout voorgelezen. De schout is ook degene die de straf bedenkt. Belangrijke burgers (de schepenen) vellen het vonnis en stellen de straf vast. Er zijn verschillende straffen: een geldboete, een schandstraf, een lijfstraf, verbanning of de doodstraf. Er is dus geen gevangenisstraf zoals nu!

De straffen
Schandstraf
Bij een schandstraf wordt je aan de schandpaal gezet. Iedereen mag daar op je schelden, vuiligheid naar je gooien of tegen je aan pissen. Om je nek hangt een bord, waarop staat wat je hebt misdaan. Of je wordt in een schandton gezet met daarop je misdaad. Je kan ook een zwaar blok aan je been gekluisterd krijgen, of zware stenen om je nek waar je mee rond moet lopen.

Lijfstraf
Er zijn verschillende lijfstraffen: bijvoorbeeld het afhakken van een hand als je hebt gestolen of het afsnijden van je tong (als je hebt gelogen of als je onaardige dingen over godsdienst zegt). Je kan worden geslagen met een zweep of gebrandmerkt met een heet ijzer. Lijfstraffen zijn dus erg pijnlijk, maar ze hebben wel een functie. Als je iemand tegenkomt met één oor, een gat in zijn tong of een brandmerk op het voorhoofd, dan ben je gewaarschuwd: je staat tegenover een dief, een leugenaar of een onverbeterlijke bedelaar.

Verbanning
Een erg zware straf is verbanning: je wordt weggestuurd uit de plaats waar je woont en je mag er nooit meer terug komen. Buiten de stad staat een banpaal, daar mag je niet voorbij. Je bent in die tijd eigenlijk alleen veilig in de stad of het dorp waar je vandaan komt en waar je iedereen kent. Buiten de muren is het gevaarlijk; er zijn struikrovers en andere boeven. En in een andere stad is iedereen achterdochtig als daar een vreemdeling komt wonen. Zeker als je een brandmerk op je voorhoofd hebt, met het wapen van de stad waar bent je weggestuurd …

Doodstraf
De ergste straf is natuurlijk de doodstraf. Rijke mensen wordt het hoofd afgehakt, arme mensen worden opgehangen of op het radbraakkruis vastgebonden. Daar worden de botten in hun armen en benen gebroken met een zware ijzeren staaf.
Als de beul medelijden krijgt, kan hij de veroordeelde daarna een ‘genadeslag’ geven, een klap op het hart, waarna deze sterft.
Maar het gebeurt ook dat de verminkte mensen met rad en al op een paal worden gehesen en om daar een langzame dood te sterven.

De beul, het schavot en het galgenveld
De beul is de enige die een misdadiger mag martelen. Hij moet zich aan strenge regels houden.
Er zijn verschillende werktuigen om iemand tot een bekentenis te dwingen, bijvoorbeeld duimschroeven, klemmen voor op de schenen en de pijnbank. Er zijn maar een paar steden die een eigen beul in dienst hebben, er zijn ook beulen die rondtrekken. Beul zijn is in die tijd een gerespecteerd beroep.

De beul is ook degene die de straffen uitvoert.
De meeste straffen worden op het schavot uitgevoerd. Iedereen uit de stad of het dorp kan daar naar komen kijken. Zo is voor iedereen duidelijk wat er met je gebeurt als je je niet aan de regels houd.

De lichamen van de mensen die de doodstraf hebben gekregen, worden tentoongesteld op het galgenveld. Dit ligt net buiten de stadsmuren. De lijken blijven daar tot ze uit elkaar vallen van verrotting. Zo waarschuwen ze bezoekers van de stad dat er geen plaats is voor misdadigers.

Pagina delen

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Oude Gracht 1, 9341 AA Veenhuizen, tel: 0592 - 388264, info@gevangenismuseum.nl

Volg ons
Volg ons

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Contact gegevens

Oude Gracht 1

9341 AA Veenhuizen

Tel: 0592 - 388264

info@gevangenismuseum.nl