« overzicht

De geschiedenis van straf van 1940 tot nu

  1. Home »
  2. Scholen »
  3. Spreekbeurt en werkstuk »
  4. De geschiedenis van straf van 1940 tot nu

WO II en de penitentiaire beginselenwet van 1954
De Tweede Wereldoorlog duurt van 1940 tot 1945. De Duitsers houden Nederland bezet en sluiten iedereen op die zich daartegen verzet. Onder de verzetsmensen bevinden zich politici, rechters en hoogleraren. Zij komen in de Nederlandse gevangenissen met het cellulaire systeem in aanraking. Zo ondervinden zij zelf hoe onmenselijk dit systeem was.

Na de oorlog zorgen zij ervoor dat er een commissie wordt ingesteld om te onderzoeken wat er allemaal zou moeten veranderen in de gevangenissen.

In 1954 wordt er een nieuwe wet aangenomen: de penitentiaire beginselenwet. In deze wet zijn de rechten van een gevangene geregeld. Dankzij de Beginselenwet heeft iedere gevangene voortaan recht op sport, onderwijs, bibliotheekbezoek, arbeid, recreatie, sociaal werk en reclassering (hulp bij terugkeer in de maatschappij).

Tegenwoordig zijn er verschillende soorten gevangenissen: gesloten, open en halfopen inrichtingen. In een gesloten gevangenis worden mensen opgesloten die gevaarlijk zijn en die goed bewaakt moeten worden. In een halfopen gevangenis zitten gevangenen die niet gevaarlijk zijn voor anderen en die ook niet zo snel zullen vluchten. Zij mogen buiten de poort werken, bijvoorbeeld in de groenvoorziening. In een open gevangenis zitten gevangenen die hun straf er bijna op hebben zitten. Deze gevangenissen zijn bedoeld om hen langzaam te laten wennen aan het vrij zijn. De gevangenen werken door de week voor een baas en mogen in het weekend op verlof.
Er zijn gevangenissen voor mannen en voor vrouwen. In een vrouwengevangenis gaat het er een beetje anders aan toe dan bij de mannen, bijvoorbeeld in de omgang met de kinderen. Kinderen van een moeder die gevangen zit, kunnen tot 6 maanden na hun geboorte bij de moeder blijven. Oudere kinderen kunnen soms blijven slapen.

Eind 2011 waren er in Nederland ± 13.000 gevangenen, dat is 5000 meer dan in 1990.
Ongeveer 8 % van het totaal aantal gevangenen is vrouw. De gemiddelde strafduur is ongeveer twee jaar.

In de gevangenis
Een gevangeniscel van binnen
Een cel is ongeveer 10 m2. Er zijn een wc en wastafel en er staan een bed, een kast, een tafel en een stoel. Op een vaste plek aan de muur mag een gevangene posters en foto’s hangen. Alle cellen hebben een raam. Tegenwoordig mogen gevangenen een tv, radio en een koelkastje op cel. Deze moeten zij huren van het geld dat ze verdienen met werk. De gevangenissen bepalen zelf wat er nog extra op cel mag. In de ene gevangenis is dat bijvoorbeeld een kanariepietje, in de andere een kamerplant.

Isoleercel
Elke gevangenis heeft speciale isoleercellen. Hier worden mensen opgesloten die zich niet aan de regels houden of die onhandelbaar zijn. Opsluiting in een isoleercel, ook ’s nachts, kan alleen na toestemming van de gevangenisdirecteur. In een isoleercel ligt ’s nachts een matras en overdag een zitkussen. Er is niets anders. Gevangenen in de isoleer dragen een speciaal scheurhemd, dat gemaakt is van stevige katoenen stof, die niet gescheurd kan worden.
Als iemand erg agressief is, wordt hij dag en nacht geobserveerd met een bewakingscamera.

Werken in de gevangenis
Iedere gevangene moet werken, daarmee verdient hij € 0,76 per uur. Gevangenen moeten 20 uur per week werken, ze verdienen dus € 15,20 per week. Het geld dat zij verdienen wordt op een rekening gestort en kan gebruikt worden om bijvoorbeeld in de gevangeniswinkel boodschappen te doen. Gedetineerden hebben geen contant geld om zwarte handel (bijvoorbeeld in drugs) te voorkomen. Het geld kan ook gebruikt worden om een TV of een radio te huren, die zitten niet standaard in een cel.

Contrabande
In de Penitentiaire Beginselenwet staat wat je wel en niet op cel mag hebben. Daarnaast heeft iedere gevangenis zijn eigen huisregels. Contrabande betekent smokkelwaar: alles wat je niet op je cel mag hebben. Dit kan van alles zijn: alcohol en drugs, nagemaakte sleutels, ijzerzaagjes of (nagemaakte) wapens. Soms gaan er geruchten over aanwezige drugs rond onder gedetineerden. Dan wordt er een zogenaamde ‘spitactie’ gehouden. Alle cellen worden dan ondersteboven gehaald. Ook worden alle gedetineerden gefouilleerd en gevisiteerd. Weten jullie wat het verschil daartussen is? Bij het visiteren wordt niet alleen uitwendig gefouilleerd, ook op allerlei plaatsen ín je lichaam wordt gekeken of je er niets verstopt hebt!

Elektronisch toezicht
Een andere vorm van vrijheidsstraf is het elektronische enkelbandje. Dit elektronisch toezicht wordt steeds vaker toegepast bij minder zware misdrijven. De veroordeelde krijgt een enkelbandje om het been en moet thuis blijven. Hij kan zich tot ongeveer 60 meter afstand van de telefoon bewegen. Als hij tóch verder gaat, gaat er een signaal af in een centrale.
Dit lijkt niet zo’n verschrikkelijke straf, maar toch vinden mensen het erg zwaar. Ze zitten thuis en kunnen geen kant op: ze mogen geen boodschap doen of bij de voetbalwedstrijd van hun kinderen gaan kijken. Zo ervaren ze ieder moment dat ze niet vrij zijn. Sommigen zitten liever in de gevangenis.

Pagina delen

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Oude Gracht 1, 9341 AA Veenhuizen, tel: 0592 - 388264, info@gevangenismuseum.nl

Volg ons
Volg ons

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Contact gegevens

Oude Gracht 1

9341 AA Veenhuizen

Tel: 0592 - 388264

info@gevangenismuseum.nl