« overzicht

Eenzame opsluiting 1850-1945

  1. Home »
  2. Scholen »
  3. Spreekbeurt en werkstuk »
  4. Eenzame opsluiting 1850-1945

Nieuwe ideeën
Tot ongeveer 1850 is het heel gewoon om mensen samen in één ruimte op te sluiten. Tot wetenschappers in de Verenigde Staten zich af gaan vragen of dat wel zo verstandig is. Misdadigers kunnen slechte dingen van elkaar leren als je ze bij elkaar zet. Misschien is het beter om ze apart op te sluiten. Dan kunnen ze nadenken over alles wat ze verkeerd hebben gedaan. Misschien krijgen ze spijt en gaan ze zich beter gedragen.
Deze ideeën waaien over naar Nederland. Ook hier gaan mensen denken dat misdadigers beter eenzaam opgesloten kunnen worden. Anderen vragen zich af of dat wel zo verstandig is; de hele dag alleen in je cel. Zou je daar niet gek van worden?

De koepel; een nieuwe gevangenis
In 1850 wordt in Amsterdam aan de Weteringschans een nieuwe gevangenis gebouwd met allemaal aparte cellen in plaats van grote zalen. Na een tijd wordt het systeem van het eenzaam opsluiten overal ingevoerd. Met een sjiek woord heet het ‘cellulair systeem’. Er moeten overal nieuwe gevangenissen gebouwd worden. Speciaal voor het cellulaire systeem komen er koepelgevangenissen. Deze gevangenis is cirkelvormig, met allemaal cellen rondom. Vanuit het midden kan de bewaker alle cellen zien. Er staan koepelgevangenissen in Arnhem, Haarlem en Breda. Ze worden nog steeds gebruikt.

De eerste cellulair gevangenen doen alles alleen. Bewaarders mogen niet tegen hen praten. Een gedetineerde heeft zelden contact met de buitenwereld. Hij mag één brief per week schrijven of ontvangen. Bezoek ontvangen mag maar één keer in de maand, en dan altijd met een bewaarder erbij. Buiten de cel krijgen de gevangenen een celkap op, een soort masker met twee gaten voor de ogen. Op die manier kunnen ze elkaars gezicht niet zien. Zelfs in de kerk wordt hun hoofd in een soort kijkluikje opgesloten, zodat ze alleen naar het altaar kunnen kijken en niet naar elkaar.

De Tweede Wereldoorlog en het einde van eenzame opsluiting
Eenzame opsluiting blijkt natuurlijk helemaal niet goed te zijn voor de gevangenen. Veel mensen worden er gek van. Ze komen als psychiatrische patiënten uit de gevangenis, niet als betere mensen. De eenzame opsluiting is dus geen oplossing. Toch blijft het systeem in Nederland tot na de Tweede Wereldoorlog bestaan.  De Tweede Wereldoorlog duurt van 1940 tot 1945. De Duitsers houden Nederland bezet en sluiten iedereen op die zich daartegen verzet. Onder de verzetsmensen bevinden zich politici, rechters en hoogleraren. Zij komen in de Nederlandse gevangenissen met de eenzame opsluiting in aanraking. Zo ondervinden zij zelf hoe onmenselijk dit is.
Na de oorlog zorgen zij ervoor dat er een commissie wordt ingesteld om te onderzoeken wat er allemaal zou moeten veranderen in de gevangenissen.

In 1954 wordt er een nieuwe wet aangenomen: de penitentiaire beginselenwet. In deze wet zijn de rechten van een gevangene geregeld. Dankzij de Beginselenwet heeft iedere gevangene voortaan recht op sport, onderwijs, bibliotheekbezoek, arbeid, recreatie, sociaal werk en reclassering (hulp bij terugkeer in de maatschappij).

Pagina delen

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Oude Gracht 1, 9341 AA Veenhuizen, tel: 0592 - 388264, info@gevangenismuseum.nl

Volg ons
Volg ons

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Contact gegevens

Oude Gracht 1

9341 AA Veenhuizen

Tel: 0592 - 388264

info@gevangenismuseum.nl