fbpx

Annechien en Anne, kinderen van een ambtenaar in Veenhuizen

Annechien ligt in de bedstee. Zij woont in een huisje op het terrein van de Rijkswerkinrichting van Veenhuizen. Haar vader werkt daar als ambtenaar. Veenhuizen is een soort gevangenis; een strafkolonie voor bedelaars, landlopers en dronkaards.

Annechien is net wakker geworden en ze wrijft zich in haar ogen. Haar drie zusjes liggen nog rustig naast haar te slapen. Het is pikdonker in het kleine hokje, en lekker warm.

De klok van de koepelkerk slaat zes keer. “Het is zes uur!! Zes uur!!” klinkt de stem van moeder, de hoogste tijd om op te staan.

Dirkje en Miep schrikken meteen wakker. Pien zucht en kreunt. Ze is nog moe en heeft geen zin om op te staan. Ze rekt zich eens flink uit. Haar voeten komen nu bij het hoofdeind van Annechien onder de dekens vandaan. Haar teen zit zowat in Annechiens neus! Annechien draait zich gauw om. Ze gluurt door een kier in de deurtjes van de bedstee. Haar moeder steekt de petroleumlamp aan met een lucifer. Hè, dat ziet er een stuk gezelliger uit! Annechien springt uit de bedstee. Brrr, wat is het koud. Snel stapt ze van de houten vloer op de mat. Die prikt in haar blote voeten.

Moeder staat al klaar met een klusje voor Annechien. 

“Ga eens gauw die sok van Anne stoppen,” zegt ze, “dan kan hij hem straks aan naar school. Hij zit in het naaitasje.” 

“Ja moeder,” zegt Annechien , en schiet in haar wollen hemd en onderbroek.

Hup, de blauwgrijs gestreepte jurk aan, met daaroverheen een schoon wit schort, en Annechien is klaar. Ze pakt het tasje met verstelwerk en gaat ermee bij de kachel zitten. Erg warm is die nog niet, want grootvader heeft net een paar turven in de kachel gedaan. Elke ochtend staat grootvader als eerste op om het vuur aan te maken. Eerst legt opa droog sprokkelhout onder in de kachel en steekt het aan met een bosje gedroogde heide.

Grootvader zegt niks. Hij kauwt zijn pruimtabak en af en toe maakt hij een slurpend geluid, als het bruine spuug uit zijn mondhoek dreigt te lopen. PRRT! Met een boog spuugt opa de uitgekauwde pruim in het kwispedoor. Meteen steekt hij een nieuw stuk tabak achter zijn kiezen en het kauwen gaat verder.

Pien is nu ook opgestaan en helpt Dirkje en Miep met aankleden. Moeder heeft de kleine Pieter in zijn kinderstoel aan tafel gezet. Ze maakt een bordje pap voor hem op het petroleumstel. Ze kijkt om als Anne van de trap komt stommelen.

“Heb je het een beetje warm gehad vannacht, jongen?” vraagt moeder. Anne schudt zijn hoofd van nee.

”Ga maar even water halen voor de koffie,” zegt ze. “En daarna moet je Tante Leen roepen om de vuile luiers en lakens te wassen.”  

Anne stapt in zijn klompen, met maar één sok aan. Om zijn hals wikkelt hij een oude sjaal.

Anne schept het water uit de waterton voor het huis. Een ‘verpleegde’, zoals de gevangenen worden genoemd, heeft hem gisteren met zijn watertank net bijgevuld. Anne ziet op de klok bij de hoofdingang dat het bijna half zeven is. Hij moet opschieten. Hij schept zo hard hij kan en sjouwt dan met zijn volle emmer terug naar huis. Hij gaat meteen de deur weer uit, om Tante Leen te halen. Zij is een verpleegde die de was altijd voor hen doet.

“Anne, wacht op mij, ik ga mee!”, roept Annechien. Ze is klaar met de sok, Anne kan hem meteen aan. Ze gaan naar de zaal van Scheve Leen, zo wordt Tante Leen genoemd, omdat ze mank loopt. Zij loopt mee naar hun huis en zet de kookpot klaar. Daaronder is een vuurplaats, die zij straks moet aansteken. Voor het wassen van luiers en lakens moet het water goed heet zijn. Tante Leen vult de kookpot met water.

Van al dat geklots van het water moet Annechien plassen. Ze loopt meteen door naar de poepdoos achter de huisjes. Annechien haalt de deksel van de ton en doet een plas.

Als ze uit het huisje komt ziet ze Anne op het plaatsje. Hij verspreidt de as van gisteren uit de asla van de kachel over het terrein. Als Annechien hem aankijkt, moet ze lachen: Anne heeft een grote zwarte veeg over zijn gezicht.

“Piet de Smeerpoets, Piet de Smeerpoets,” zegt ze pesterig. En dan, met een deftig stemmetje:

 

“Piet was een smeerpoets op en top,
Die schrikte voor een waterdrop.
En als een dwaze om zich greep
bij ‘t zien van waskom, spons en zeep.
Zijn hoofd was als een ragebol,
Met stof en spinnenwebben vol:
Zijn nagels, foei om van te gruwen!
Wie zou zoo’n vuile knaap niet schuwen?”

Dit versje heeft ze op school gelezen in het prentenboek van meester Buijtenhuis.

“Stomme schooljuf, hou je mond!”, snauwt Anne. Met zijn zwarte handen omhoog loopt hij dreigend op Annechien af. Annechien rent lachend naar binnen. Anne gaat haar achterna en botst tegen Miep aan. Die begint te gillen van opwinding. Leuk, stoeien! Ze rent Anne achterna. Met z’n drieën rennen ze rondjes om de tafel. Dan draait Miep zich om. Ze wil Anne tegenhouden en ze gaat met haar hele lijf aan de zak van zijn korte broek hangen. KRRAAKKK!! de zak van de broek scheurt uit. Miep laat meteen los en loopt geschrokken achteruit. Annechien en Anne staan tegelijkertijd stil. Ze kijken elkaar aan. Heeft moeder het gehoord? Moeder staat met de rug naar de kinderen toe. Langzaam draait ze zich om.

“Wat is er in jullie gevaren?”, vraagt ze streng. “Eerst maken jullie een hels kabaal. En nu heerst hier een stilte als op het kerkhof. Wat is er gebeurd?”

Annechien begint te stotteren: “Nou, eh, we doen een nieuw soort van  krijgertje,  enne eh, als je iemand op z’n oor tikt moet iedereen stil blijven staan en zijn mond dichthouden…ja zo gaat het, hé Anne?” Anne knikt hard van ja.

Moeder heeft gelukkig niet gehoord dat zijn korte broek gescheurd is. En dat hoeft ze ook heus niet te weten. Het is niet de eerste keer. Er zijn al heel wat gaatjes en scheuren gerepareerd. Het is Ans enige doordeweekse broek, hij draagt hem zomer en winter. Eigenlijk moet hij er heel zuinig op zijn. Fronsend kijkt moeder hen aan, ze gelooft het verhaal maar half. “Jaja, wat de kinderen van tegenwoordig allemaal voor gekke spelletjes verzinnen. Maar nu is het afgelopen. Jullie mogen niet rennen in huis. En Annechien, schiet nou eens op, de koffie is nog niet gemalen.”

Miep verstopt zich bij grootvader in de achterkamer. Anne gaat zijn gezicht schoonmaken en Annechien pakt stilletjes de koffiemolen. Ze doet er koffiebonen in en begint te draaien. Ze denkt: “Ik ben blij dat het voorjaar wordt, dan hoef je tenminste niet altijd met zijn allen binnen te zitten. Dan kunnen we weer buiten spelen en zit moeder er ook niet altijd bij. Ze ziet ook alles. Behalve nu met die scheur. Maar hoe moet het nu verder met die broek?” Met een zucht staat ze op en geeft haar moeder het laatje van de koffiemolen met de gemalen koffie erin.

Moeder giet het water op en al snel ruikt het hele huis naar verse koffie. Het is tijd voor het ontbijt en iedereen gaat aan tafel. Ze eten donkerbruin roggebrood met een beetje reuzel. Moeder heeft nog wat melk over. Ze doet er water bij en verdeelt het over de vier jongste kinderen. Grootvader slurpt zwijgend zijn koffie. Pien helpt Pietertje met zijn pap, en Annechien heeft Miep op schoot genomen. Anne zit zo ver mogelijk van moeder, dan ziet ze de scheur in zijn broek niet. Vader en Bart zijn al eerder opgestaan. Ze zijn naar de boerderij van de Rijkswerkinrichting. Vader is zaalopziener en ziet er op toe dat de ‘verpleegden’ de koeien melken. Daarna moeten ze de koeien, de kalveren, de paarden en de varkens eten en drinken geven en de stallen schoon maken

De gevangen naar Veenhuizen komen naar Veenhuizen om hen te genezen van de ziekte ‘landloperij’. Daarom worden ze ‘verpleegden’ genoemd. In Veenhuizen kunnen ze een vak leren in verschillende werkplaatsen. Er is een melkfabriek, een weverij, een kleermakerij, een schoenmakerij, een klompmakerij, een zagerij en meubelmakerij, en zelfs een bakkerij.

Bart vindt het leuk om ’s ochtends met vader mee te gaan naar de boerderij en de dieren.

Vader moet al om zes uur op de boerderij zijn. Na het melken en het verzorgen van de dieren komen ze thuis om te eten. Na het eten gaat vader met de verpleegden naar de akkers toe. Vader moet uitleggen wat voor karweitjes ze moeten verrichten. Bart gaat naar de meubelwerkplaats op het terrein van het gesticht. Hier werken verpleegden aan het maken van prachtige kasten en meubels. Deze gaan naar Rijksinrichtingen en rechtbanken door heel Nederland. Rijksambtenaren kunnen hier ook hun meubels bestellen. Enkele kasten uit Veenhuizen staan zelfs op de kamer van ministers in Den Haag. Bart kan hier veel leren. Hij is nu nog te jong om naar Assen te verhuizen, maar over een paar jaar gaat hij het huis uit om zelfstandig meubelmaker te worden

“Mama, mag ik mijn melk in de Koninginnenbeker?” vraagt Dirkje opeens. Ze zat al een tijdje voor zich uit te staren en opeens zag ze die mooie beker met het plaatje van het jonge koninginnetje op de plank staan. Twaalf jaar geleden had moeder de beker gekregen, omdat Wilhelmina koningin was geworden. Moeder had de kinderen vaak verteld van het grote feest. De hele stad was oranje van de versieringen. Alle kinderen hadden vrij van school en liepen mee in grote oranje-optochten. Maar moeder zegt: “Nee, Dirkje, je weet dat dat niet mag. Hij is veel te mooi om uit te drinken.”

Anne wacht de verpleegde op die de poepton voor het huis moet zetten. Hij moet van moeder de verpleegde stiekem wat pruimtabak toesteken om hem te vriend te houden. Anders zou hij wel eens expres kunnen morsen. Heel voorzichtig loopt hij met de volle, stinkende ton door het huis en zet hem op straat neer. Annechien heeft de nachtspiegel uit het pottenkastje gehaald en leeggegooid. Daarna heeft ze een emmer water gepakt en een sopje gemaakt. Ze is druk bezig om het poephuisje en het plaatsje achter te schrobben. Ze moet opschieten want om acht uur begint de school.

Onderweg zegt Anne: “Jij ook met dat stomme versje over Piet de Smeerpoets. Nou heb ik een scheur in mijn broek.”

Oei, dat was Annechien alweer helemaal vergeten. “Als je maar niet denkt dat ik die scheur ga naaien, dat is meidenwerk!” bromt Anne. Annechien denkt even na en zegt: “Nou goed, ik naai hem vanmiddag, als ik straks in de pauze met jouw hoepel mag spelen.” Anne kijkt opgelucht. “Goed, dat is dan afgesproken!”

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Oude Gracht 1, 9341 AA Veenhuizen, tel: 0592 - 388264, info@gevangenismuseum.nl

Volg ons
Volg ons

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Contact gegevens

Oude Gracht 1

9341 AA Veenhuizen

Tel: 0592 - 388264

info@gevangenismuseum.nl