‘Niet zitten maar liggen’

We spreken Ruud. Op een gegeven moment had hij in zijn leven een punt bereikt, waar jarenlange opgekropte stress, tegenslagen, frustratie, onmacht en verdriet hem letterlijk te veel was geworden. Het was hem zwart voor de ogen geworden en hij heeft kwaad gedaan. De schaamte en spijt waren en zijn groot. En voor hij het goed en wel wist, zat hij dus vast.

Nu hij aan het einde van zijn detentie zit en zich goed (“ik noem het liever normaal”) heeft gedragen, is het beleid dat een gedetineerde, mits hij aan een aantal extra voorwaarden voldoet, naar een Zeer Beperkt Beveiligde Inrichting (ZBBI) gaat. In Ruuds geval voor een half jaar, daarna is hij vrij. Als voorbereiding op de echte vrijlating, werkt hij nu overdag buiten de gevangenismuren en mag hij in de weekenden op verlof naar zijn vrouw en kinderen. Hij draagt een enkelband en na zijn vrijlating zal hij die ook nog een tijdje moeten dragen.

Hoe kijkt hij terug op afgelopen periode in detentie? Het leven in de gevangenis is dat je je vrijheid verliest en dat alles, maar dan ook alles, voor je besloten wordt. De dag is ingedeeld in blokkenschema’s en elke dag ziet er hetzelfde uit. Ruud vertelt dat hij het expres vertikte om te onthouden hoe het dagrooster eruit zag. Als hij ’s avond weer ingesloten werd, ging hij  iets eerder naar binnen, zodat de bewakers hem niet hoefden te begeleiden. Het gaf hem het gevoel nog een beetje controle en zeggenschap over zijn leven te hebben, hoe klein dat ook was.

Vaak verliest een gedetineerde veel tijdens de detentie: werk, woning, je sociale leven en voor een groot deel zijn eigen “ik”. Veel gedetineerden lopen dan ook, want men noemt, detentieschade op.

De lamlendigheid en de verschrikkelijke eentonigheid vielen Ruud tijdens zijn detentie het zwaarst. Na het opstaan ging hij aan het werk, maar het werk was saai, simpel en voelde vooral nutteloos. Na het werk was de “recreatie”, maar eigenlijk was dit dat je even naar huis kan bellen, kan koken of even tafeltennissen. Om 16:45 uur ga je op je cel en pas ’s morgen gaat de deur weer open.

Ruud vertelt dat hij zijn eigen cel steeds meer ging waarderen, omdat hij dan even op zichzelf was. Wat hij dan deed? Lezen, schrijven, muziek luisteren, tv kijken en soms ook gewoon niks. “Over de gevangenisstraf zeggen ze wel dat je moet ‘zitten’, maar ‘liggen’ is een beter woord.” Toch probeert Ruud zich niet te veel over te geven aan het ellendige gevoel van de nutteloosheid. Hij heeft veel geschreven en is in de gevangenis ook onderwijs gaan volgen.

Nu Ruud weer (deels) buiten is, valt de drukte hem zwaar. Het is hem al snel te veel en alles gaat in een veel te hoog tempo. Toen hij laatst met zijn vrouw in de auto op de snelweg reed, heeft hij  op een gegeven moment aan haar gevraagd of ze alsjeblieft van de snelweg wilde gaan. Zelfs als passagier, was het verkeer al te druk en het vloog het hem aan. Over de landweggetjes hebben zijn vrouw en hij uiteindelijk hun weg vervolgd. Een bezoekje aan de supermarkt is een ware beproeving met alle mensen, karretjes, producten, schappen, kassa’s, reclames, geluiden… het kost hem veel moeite om daar weer aan te wennen. En hoewel hij zielsveel van zijn kinderen houdt, is het weekendje verlof met de kinderen soms best een beproeving. Hun enthousiasme en speelse drukte is een heel verschil met de cel, waar juist  geen enkele prikkeling is. “De ZBBI valt me eerlijk gezegd zwaarder dan in de gewone gevangenis te zitten. De overgang was mij met name de eerste weken te plots en te groot.”

Wat heeft hem geholpen om de detentie door te komen? Zijn vrouw blijkt uit alles zijn steun en toeverlaat. Zij zorgt dat thuis alles op rolletjes loopt en zorgt voor de kinderen. Bijzonder, want Ruud ziet in de gevangenis dat vele gedetineerden niemand meer hebben. Voor meer dan de helft van de gedetineerden is er nooit bezoek. Voor hem gelukkig dus wel. Zijn vrouw rijdt met de kinderen het hele land door om hem in de gevangenis te kunnen bezoeken. Ze houdt hem verder per post van alles op de hoogte, stuurt hem foto’s en verhalen. Het is frustrerend dat hij haar alleen in woorden kan bedanken en haar nooit kan ontlasten. Als vader van het gezin, moet hij veel zaken vanaf de zijlijn meemaken. Als bijvoorbeeld één van zijn kinderen ziek is, moet hij machteloos toekijken en afwachten. Hij kan ze bijvoorbeeld niet even een troostende knuffel geven.

Dan over zijn daad. Hij moest natuurlijk met zichzelf en zijn daad in reine komen. Tijdens zijn detentie zijn een aantal personen in de gevangenis voor hem belangrijk geweest, hoewel het soms goed zoeken was om de juiste persoon tegen te komen. Zo was er de dominee van de Dienst Geestelijke Verzorging in de eerste gevangenis waar hij zat. Hij bezocht haar niet om religieuze redenen, maar ze gaf hem het gevoel dat zij hem steunde (dat wil niet zeggen dat ze zijn daad goedkeurde) en dat hij met haar kon praten. Het hielp hem om zaken op een rijtje te zetten, deze periode een plek te geven en ook te kijken hoe in de toekomst hij eerder aan de bel kan trekken. Niet opkroppen en door gaan, zoals eerder, maar grenzen zien en hulp zoeken en vragen.

Het liefst had hij zich tijdens zijn detentie nuttig gemaakt voor de maatschappij, ook om zo goed te maken voor wat hij fout heeft gedaan. Hij had bijvoorbeeld graag met de ouderen in het bejaardenhuis gewandeld of geholpen bij de wederopbouw na de orkaan Irma op Sint Maarten. Nu voelt, terugkijkend, zijn opsluiting als erg nutteloos: niet alleen voor hem en zijn gezin, maar ook voor de slachtoffers en de maatschappij. Dat vindt hij wellicht de grootste euvel van een gevangenis: je zit vast en dat is het dan…

Ruud is een gefingeerde naam. Het verhaal en interview zijn echt.  

Externe linken:

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Oude Gracht 1, 9341 AA Veenhuizen, tel: 0592 - 388264, info@gevangenismuseum.nl

Volg ons
Volg ons

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Contact gegevens

Oude Gracht 1

9341 AA Veenhuizen

Tel: 0592 - 388264

info@gevangenismuseum.nl